Stolpersteine ter nagedachtenis aan Enterse Joden.

Raadslid Bert Klaas van Progressief Wierden, heeft tijdens de raadsvergadering op 30 november gevraagd, waarom de gemeente Wierden niet meedoet aan het onderzoek naar het roven van Joods vastgoed. De roofhandel van Joods vastgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog, wordt in steeds meer gemeenten onderzocht. In 35 gemeenten doen ze geen nader onderzoek naar transacties, waaronder Wierden.

Bert Klaas: “Er blijken in Nederland 224 gemeenten te zijn waar tijdens de Tweede Wereldoorlog Joods vastgoed is verhandeld. Ruim 7000 panden en stukken grond zijn in de oorlog onteigend, terwijl de Joodse eigenaren elders waren ondergedoken of op transport waren gezet. Het vastgoed werd  vervolgens vaak doorverkocht aan ondernemers en vastgoedhandelaren”.

Roselien Slagers: “Uit onderzoek blijkt dat er in Enter en Wierden acht gebouwen of stukken grond zijn verkocht, die op roofhandel kunnen wijzen. Zo kocht op 1 september 1944 dhr. Taai het pand Kerkstraat 11-13 in Wierden van dhr. I. Pagrach voor 5700 gulden. Ook gaat het om panden aan onder meer de Marktstraat en Nijverdalsestraat in Wierden. In Enter gaat het om twee gebouwen”.

Volgens het Centraal Joods Overleg is het kwalijk dat 35 gemeenten, niets van zo’n onderzoek willen weten.
Bert Klaas: “Daarom willen wij van het college van burgemeester en wethouders horen, waarom de gemeente Wierden niet meedoet. Helaas wisten de aanwezige leden van het college niks van dit onderzoek. Ze hebben toegezegd dit goed uit te gaan zoeken en de uitkomsten te melden aan de gemeenteraad.”