Opmerkelijk nieuws deze week in de Roskam, hét onafhankelijke opinieblad van Twente. Het betreft inmiddels het hoofdpijn dossier van een illegale woning aan de Stokreefsweg. Met toestemming van de redactie van de Roskam, nemen we hierbij het artikel volledig over.

“Het college van burgemeester en wethouders te Wierden stelt voor op een erf aan de Stokreefsweg in Enter een illegale woning te legaliseren en bovendien toestemming te verlenen voor de bouw van nóg een woning. In elk geval de VVD is fel tegen en de twee andere oppositiepartijen, ChristenUnie en PPW, neigen daar ook toe.
De coalitiepartij CDA onderkent het probleem dat hiermee slecht gedrag lijkt te lonen en dat de gemeente er van alles bijsleept om iets wat niet kan toch mogelijk te maken. De grootste coalitiepartij NEW lijkt er de minste problemen mee te hebben. De gemeenteraad komt er dinsdag oordeel vormend over te spreken.

Naar de mening van VVD-zegsman Tijhof wil het college het bestemmingsplan aanpassen om een jarenlang sluimerende clandestiene situatie een wettelijke status te geven, en wordt daartoe van alles uit de kast gehaald. Zo maakt het college volgens hem wel heel creatief gebruik van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) en de mogelijkheden van herbouw op basis van de zogenoemde Veldschurenregeling: afbreken oude meuk voor passende nieuwbouw, waarvoor van heinde en verre vierkante meter bij elkaar worden gescharreld.

‘Zo kun je elk illegaal kippenhok, elk aan de grond gezakt konijnenhok en elk damwandplaatje op vier rikkepaaltjes aanmerken als veldschuur .’ Tijhof maakte gewag van een janboel op dit dossier ten gemeentehuize.

De raadsfractie van PPW sloot zich hier, bij monde van het raadslid Slagers, bij aan en voorman Van Dijk van de ChristenUnie merkte op dat als je in Wierden maar lang genoeg ‘ondeugend’ bent je drie woningen in de schoot krijgt geworpen.
Hoewel wethouder Coes, de vorig jaar uit Hellendoorn ingevlogen wethouder, het collegebeleid van de afgelopen veertig(!) jaar te vuur en te zwaard verdedigde (‘Wat we niet mogen hebben we niet gedaan’) had hij inhoudelijk weinig verweer”.