Het is donderdagavond, de avond om je kop lekker leeg te maken, een uurtje ballen, een biertje en lekker even zeuren met je voetbalmaten! Maar nu niet.  Nu zit ik thuis op de bank, noodgedwongen. Gedwongen door de Corona.

Maar ik kan de verleiding niet weerstaan. Ik moet en zal even naar het veld. Ik trek mijn trainingskloffie aan, pak de fiets en zet hem richting de SV. Aangekomen bij het sportpark is het stil. Donker en stil, muisstil. Ik loop naar het lichthok en ontsteek de lichten van het trainingsveld. Ik pak wat ballen uit het ballenhok en loop in het stille donker richting trainingsveld.
Als ik aankom op de prachtige groene vlakte is het stil. Stil van eenzaamheid. De lichtmasten lijken te huilen want het licht straalt niet, het schijnt blas voor zich uit.
De dugout staat zwijgzaam langs de zijlijn, de doelpalen staan stijf van verdriet, het net hangt van ellende in elkaar en het gras, het prachtige groene kunstgras zwijgt, is stil, ligt geruisloos te wachten.

Ik sta enkele momenten stil en kijk eens om mij heen. Ik voel verdriet, ik voel het verdriet van het gras. Ik bedenk mij niks en begin een paar rondjes te lopen. Niet mijn favoriete bezigheid maar het moet.
Na een rondje of vier merk ik dat er leven komt in het gras. Ik trek nog wat sprintjes, niet te snel en merk dat er meer leven komt. Ik pak maar een bal en schiet een paar keer op doel. Het net wat van ellende in elkaar hing begint te bollen. Het begint te bollen van plezier. Na een paar keer lat en paal geraakt te hebben veranderd het doffe geluid in bijna een harmonische klank.
De zwijgzame dugout ademt ineens passie en lijkt te praten. De treurige middenstip vertoont een grijns. De lichtmasten zijn gaan stralen als een normale trainingsavond, Ik hoor het gras praten, wanneer, wanneer meer, wanneer?

Na een uurtje houd ik het voor gezien, het thuisfront wacht. Ik pak de ballen bij elkaar en voel de droefenis in mij opkomen, het net bolt niet meer, het doel voelt weer koud aan, de lichtmasten treuren en het gras? Het gras lijkt te vragen, wanneer weer?

Teruglopend naar het ballenhok vraag ook ik mij af, wanneer, wanneer weer? Ik leg de ballen terug en merk dat de ballen in elkaar ploffen, ze zijn leeg, ze zijn op. Ik schakel de lichten uit, trek de poort achter mij dicht en kijk nog eenmaal achterom, tot gauw tot snel. Arivederci!

Was getekend,

Toti.