Leerlingen van de basisscholen leggen een krans

Het monument op de Brandput stond na twee jaar, weer in het teken van de Nationale Dodenherdenking. De start van de stille tocht was dit keer vanaf het Reggedal en bij het Dorpsplein haakten nog eens velen aan, waaronder wethouder Coes van de gemeente Wierden. Daarnaast veteranen en oud-strijders, bestuur van de Oranjevereniging en leerlingen van de Enterse basisscholen.

Henk Mennegat, voorzitter van de Oranjevereniging onderstreepte nog eens het belang van vrijheid: “Kijk naar Oekraïne, en dan weet je wat vrijheid betekent. Wat ze daar nu meemaken, hebben we hier ruim 75 jaar geleden meegemaakt. Wat we nu kunnen doen is ze steunen, met geld, goederen of door ze in huis te nemen. Dat noem ik pas Noaberschap”.

Pim te Brinke had dit jaar de gedichtenwedstrijd gewonnen en mocht dit woensdagavond voorlezen. Het maakte indruk op de honderden aanwezigen op de Brandput.
Na de Last Post door Stefan Blaak was het twee minuten stil, doodstil. Je kon een speld horen vallen.

Na het Wilhelmus werden er kransen gelegd door de Oranjevereniging, wethouder Coes namens de gemeente Wierden, de veteranen en leerlingen van de Enterse basisscholen.

Dit jaar was er speciale aandacht voor de 19 Stolpersteine die verspreid over Enter liggen. Er werd een kaars geplaatst bij de acht locaties in de Dorpsstraat en aan de Zwiksweg door kinderen van de Roerganger vergezeld van hun ouders. Het is de bedoeling dat dit jaarlijks wordt gedaan en telkens door leerlingen van een andere school.

Het slotwoord was voor wethouder Coes: “Door corona werden we ernstig belet in onze vrijheid en het heeft veel leed veroorzaakt. Het staat echter niet in verhouding tot het leed van velen in de Tweede Wereldoorlog. Het is belangrijk om dat te blijven herdenken. Vrijheid is een kostbaar goed en niet vanzelfsprekend, dat moeten we ons in deze tijd goed realiseren”.